IIGS Nieuwsbrief - November 1998
(Een korte geschiedenis over de verzameling van Nederlands-Indonesische genealogie) De "repatriëring" van de bevolking van Nederlands-Indië naar Nederland heeft veel gevolgen gehad. Deze mensen werden als gevolg van deze migratie gescheiden van hun informatiebronnen, van gegevens over hun afkomst; kortom, ze werden ontworteld.
Het officiële register met certificaten en documenten is nog steeds in Indonesië gehuisvest. Maar dat is niet alles. Als gevolg van de Japanse bezetting van de eilanden in het begin van de veertiger jaren en de daaropvolgende Indonesische revolutie, zijn veel registers vernield of verloren gegaan. Wat er op dit moment van die gegevens over is, kan daarom als onvolledig beschouwd worden. Dus als iemand informatie wil vinden over zijn familie of verwanten, dan zal die persoon moeilijkheden tegenkomen.
Zeker, er zijn gegevens beschikbaar in Nederland, maar deze zijn onvolledig. Bovendien heeft niet iedereen immers zin om archieven door te spitten. De eerste jaren was dit nog niet zo duidelijk. De gerepatrieerden hadden andere zorgen aan hun hoofd, zoals het aanpassen aan het verschillende en andere omstandigheden, het opzetten van een nieuwe carrière, zorg voor de kinderen, etc. Met andere woorden: genealogisch onderzoek stond zeker niet bovenaan hun prioriteitenlijstje.
Ondertussen speelde er in de eerste paar jaren iets anders in Nederland, namelijk het feit dat enorm veel Nederlands-Indonesische (Indisch) materiaal verloren ging. Het gebeurde op de volgende manier: de oudste generatie woonde in kleine huizen of bejaardentehuizen en zij hadden foto's, papieren en hun souvenirs bij zich. Als er iemand stierf, zorgden de nabestaanden voor een grondige schoonmaak. Hun belangstelling ging vooral uit naar geld en juwelen, maar al het overige werd weggedaan. Dit was vooral zo wanneer kinderen ver weg leefden in Australië of Californië
Het kon niemand iets schelen. Als er iets bewaard bleef, dan was het een trouwfoto van iemand die ze niet eens herkenden, van een onbekende bruid of bruidegom. Of het was een fotoalbum met een foto van Marietje onder een palmboom of Pietje met het dienstmeisje, en bijna altijd zonder namen. Maar ach, in die tijd schreef ook niemand een naam in een foto-album. Ze schreven niet eens een soort inleiding, zoals "Dit is een fotoalbum van de familie Blauwoog uit Djocja." Ik wou, dat ze dat wel gedaan hadden.
Pas in de jaren 1960 werd begonnen met het bewaren van familiegegevens door Tjalie Robinson, met behulp van zijn tijdschrift, de MOESSON (voorheen Tong-Tong genoemd.) Hij vond de geschiedkundige Jurriaan van Toll bereid om over de Indische families te schrijven. Hij begon een verzameling op te zetten en de meer dan 100 artikels zijn inderdaad een erg waardevolle bron van literatuur! Maar na zijn voortijdige overlijden heeft zijn weduwe zijn verzameling boeken, papieren en zijn index meteen weggegooid. Dit was nauwelijks te geloven. De verzameling werd bij het afval gegooid en aan de straat gezet. De archieven van van Toll waren voor altijd verloren, maar gelukkig bleven zijn publicaties voor het nageslacht bewaard.
Er zijn nog andere oudere publicaties uit de vooroorlogse periode. De heer Bloys van Treslong Prins en een paar andere "Indische" genealogen hebben gegevens over Indische families gepubliceerd. Ook deze zijn bewaard gebleven en vormen nu een nalatenschap waar we dankbaar voor moeten zijn. Onze waardering gaat uit naar die pioniers, waardoor wij nu niet helemaal opnieuw hoeven te beginnen.
Maar dit neemt niet weg, dat we nu de taak geërfd hebben. We moeten alles bewaren wat nog behouden kan worden. Zo'n onderneming gaat de capaciteiten van één persoon te boven. Alle Indische families zullen moeten helpen. Binnen elke familie zou er toch één persoon moeten zijn die bereid is om deze verantwoordelijkheid op zich te nemen. Iedereen weet wel iets, ook al is het alleen de gegevens van jezelf, je broers, zussen en andere nauwe verwanten. Andere zaken verdienen ook aandacht, zoals het behoud van documenten, certificaten, foto's, verhalen, brieven, etc. Alles bij elkaar zouden deze zaken een beeld van de Indische families opleveren.
Een korte uitleg is hier op zijn plaats. Het IFA (Indisch Familie Archief) heeft geen gegevens over West-Indonesië en ook niet over Indonesiërs. Zeker, er zijn veel gemeenschappelijke aanknopingspunten, maar over het algemeen is het IFA niet gericht op het verrichten van onderzoek.
Op 15 februari 1973, twee jaar na het overlijden van Jurriaan van Toll, werd het IFA opgericht. Haar hoofdtaak was indertijd het redden van gegevens, maar tegenwoordig fungeert het ook als een bron van informatie voor de Indische nakomelingen. Wat is er tot op heden al gedaan?
Het resultaat van al deze pogingen is gepubliceerd in de brochure "Indische Familie Namen". In 1977 had het gegevens over 900 families, elke met hun eigen dossier. In 1983 was het aantal gegroeid tot 6.500. Tegen 1988 was het totaal al 12.000 en in 1992 waren er 14.000 familie dossiers. Ze bezitten nu een verzameling die ongeveer 90 procent van alle Indische familienamen omvat. Met behulp van deze boeken kan iedereen van tevoren bepalen of er een dossier over een bepaalde familie beschikbaar is en wat de inhoud van dat dossier is.
De inhoud van deze dossiers is vaak zeer gevarieerd. Over de ene familie is meer bekend dan over een andere. Een van de redenen hiervoor is dat sommige mensen minder willen uitwisselen dan anderen. En de ene familie kan groter zijn dan een andere. Dagelijks worden er nog steeds nieuwe gegevens aan de dossiers toegevoegd. Sommige mensen sturen overzichten, documenten, foto's, verhalen, memoires en dit is allemaal welkom en bruikbaar voor het uitbreiden van het project. Maar helaas zijn er nog steeds families, die in het geheel niet reageren, dus zijn hun dossiers niet meer dan een lege map.
Wanneer een bepaalde familie belangstelling toont, dan kunnen ze meer aandacht aan dat specifieke dossier besteden. Maar ze moeten wel zeker weten dat dit het geval is. Een telefoontje of een kort berichtje is niet voldoende. Men zal zelf een aanzienlijk deel bij moeten bijdragen. Anders zou men een hoop tijd aan iets kunnen besteden waarvoor in de toekomst waarschijnlijk nooit meer een verzoek zou volgen.
Ter gelegenheid van de 20e verjaardag publiceerde het IFA een kleine brochure met een overzicht van de verschillende IFA collecties. Iedereen die dit archief wil gebruiken, kan vaststellen wat er allemaal in mogelijk is. Het IFA is een privé-verzameling. Daar is een goede reden voor - al het overbodige werk wordt vermeden. Er is geen administratie, er zijn geen vergaderingen, er worden geen maandelijkse verslagen gepubliceerd, er zijn geen discussies, contributie is niet nodig, er zijn geen achterstallige betalingen. Er is geen maandelijkse publicatie en alle inspanningen richten zich op de hoofdtaak, het redden van zoveel informatie als mogelijk die anders voor altijd verloren zou gaan.
Het IFA heeft geen betaalde staf. Al het werk wordt door vrijwilligers gedaan. Ze zijn geen verantwoording schuldig aan iemand, maar willen graag meehelpen. Iedereen die geïntereseerd is en van hun archief gebruik wil maken, hoeft geen cent te betalen. Maar, je kunt niet met lege handen aankloppen! De bezoekers moeten op zijn minst hun "eigen bijdrage" overhandigen. Deze strenge regel is ingevoerd om zeker te zijn van een goed beheer van de archieven.
Deze "eigen bijdrage" moet een specifiek formaat hebben. Er kunnen geen getekende lijnen ingediend worden, omdat je met deze opzet niet erg ver kan gaan. Genealogie zou iets moeten zijn wat als een boek gelezen kan worden. Degenen die willen beginnnen worden geadviseerd om van tevoren een map aan te vragen. Daarin wordt de methode en een voorbeeld van een dergelijk verhaal over "eigen bijdrage" gegeven. Deze "eigen bijdrage" heb je sowieso voor jezelf nodig. Het is het begin, de basis waarop je in de toekomst verder zult kunnen bouwen.
In 1982, nodigde de heer Visker de Utah Genealogical Society (Mormonen Kerk) uit om langs te komen en een begin te maken met de verfilming van de inhoud van het IFA, wat resulteerde in 21 rollen van 16mm microfilms van elk 40 meter lengte en met 3.000 afbeeldingen. In 1994 werden de nieuwe aanwinsten verfilmd, waardoor er in totaal 36 filmrollen waren met ongeveer 14.000 typische Indische familie namen.
In 1995 verliet de heer Visker het IFA vanwege zijn gevorderde leeftijd en het wordt nu door een non-profit organisatie, "Stichting IFA", beheerd. Op dit moment is deze stichting gevestigd op Stadhouderslaan 2, 2517 HW Den Haag, Nederland. Ze hebben een grote behoefte aan bijdragen omdat ze een instituut zijn dat volledig door vrijwilligers wordt gerund. U kunt een bezoek aan hun website brengen op http://www.xs4all.nl/~polleke. Hetzelfde beleid werd aangenomen, omdat het zo goed werkt.
Degenen, die niet in staat zijn om hun kantoor in Nederland te bezoeken, hebben nu een gelegenheid om contact te zoeken met een email adres of postadres in de Verenigde Staten. Stuur uw verzoeken om inlichtingen naar Jan A. Krancher, PhD, op DrJanPhD@aol.com of naar 831 W. Princeton Ave, Visalia, CA 93277-4778. Zijn URL is http://krancher.org/.
(het originele manuscript is in het Nederlands geschreven door de heer Visker en is met zijn toestemming vertaald en bewerkt voor het Internet door Jan A. Krancher, PhD.)