IIGS Nieuwsbrief - November 1998
Toen er in 1635 oorlog uitbrak tussen Frankrijk en Spanje, leidde dit in Engeland tot een grote instroom van Protestantse vluchtelingen uit Picardië, Artois, Henegouwen en Vlaanderen. Amiens was de hoofdstad van de Amienois in Picardië. De Hugenoten waren in Amiens op volle kracht. Louis de Berguin, een Waal uit Artois was de eerste die in 1527 vasthield aan de Gereformeerde doctrines en hij stierf vanwege deze geloofsovertuiging in Parijs op de brandstapel. In 1568 werden in de straten van Amiens 120 Hugenoten vermoord en een herhaling van het bloedbad van de Bartholomeusnacht in Parijs werd alleen voorkomen in Amiens door de gouverneur van Picardië. In 1594 erkenden de burgers van Amiens Henry IV, die zich net tot het katholicisme had bekeerd, als hun koning. Kort daarna bezetten de Spanjaarden de stad. Na het Edict van Nantes werd Amiens het bloeiende handelscentrum, alhoewel tegen 1625 de godsdienstuitoefening door Hugenoten tot buiten de poorten van de stad verbannen was. Binnen de stadsmuren konden de Hugenoten niet gezamenlijk hun godsdienst uitoefenen zonder het risico te lopen dat ze de woede van de meute op hun hals haalden. Volgens het Edict van Nantes hadden de Hugenoten toestemming om slechts in twee steden kerken te bouwen: Desvres in de Boulonnais en Hautcourt in de buurt van St. Quentin.
Tegen 1600 had de Seigneur de Heucourt de regering van Amiens op de hoogte gebracht van zijn voornemen, openbare erdiensten te houden, voor hemzelf, zijn familie en de inwoners van Amiens, die te ver van die weinige steden met toestemming woonden, in het plaatsje Hem, voorstad van Amiens, waar de Protestanten 36 jaar eerder een tempel hadden gebouwd. In 1611 kregen zij toestemming om naar Salouel te verhuizen en daar een tempel te bouwen. Salouel was een dorpje aan de Celle. Er was nog een andere grote kerk in Oisemont, een marktstad 20 kilometer ten zuiden van Abbeville waar de Hugenoten een sterke positie innamen. Dit was bijna 30 kilometer ten westen van Amiens. Een van de ouderlingen hier in Oisemont was David Des Marets, Sieur de Ferets en in 1625 vertegenwoordigde hij de kerk. Tegen de tijd van de oorlog in 1635, viel de vijand Picardië binnen en veroverde Corbie dat slecht 15 kilometer ten noorden van Amiens lag. De Picardiërs vluchtten en de nabijgelegen grens met de Lage Landen bood de Hugenoten van Picardië een goede kans om te ontsnappen. Velen vluchtten via België naar Nederland; anderen vluchtten via de bossen van Vermandois en verbleven in Boahin 20 kilometer noordoostelijk van St. Quentin waar veel Hugenoten waren. Calais, dat toen de meest noordelijke uitweg van Picardië was, dicht in de buurt van de kust van Engeland, was overwegend Protestant en was ook een goede verblijfplaats voor vluchtelingen die ontsnapten.
De Picardiërs waren Fransen, maar van gemengde oorsprong; afkomelingen van zowel de Belgae als de Celtae die de grens tussen deze twee oeroude naties bezetten. Dat wil zeggen, het district dat de grens vormde tussen de Celtae en de Nervii, de meest onoverwinnelijke stam van alle Belgische stammen. Ze hadden een affiniteit met de Walen, en hun dialect leek op dat van hen. De nauwe kust met een breedte van dertig kilometer of nog minder strekte zich uit ten zuiden van Calais tot aan de Cauche en het omvatte de districten van Guines en Boulonnais, twee onderverdelingen van Picardië. Voor het grootste deel aan weerszijden van de Somme gelegen en van daaruit 160 kilometer landinwaarts uitlopend tot aan de grenzen van Champagne, was de kust, l'Onthien genaamd, tot 50 kilometer stroomopwaarts van de Somme. Abbeville was de belangrijkste stad; daarna kwamen Amienois, Santerre, Vermandois en Thierache. Deze zeven districten vormden het moderne Picardië maar er waren nog vijf andere lagen ten zuiden hiervan: Beauvoisis, Noyonnois, Soissonnois, Laennois en Valois. Dit was eveneens Picardisch grondgebied, wat bleek uit de kenmerken van het volk, ondanks het feit dat deze districten bij het Isle de France geannexeerd waren.
Met uitzondering van Guines en Boulonnais waren deze onderdelen van Picardië aan een of meer van de drie belangrijkste rivieren gelegen: de Somme, de Oise en de Aisne. De rivier Oise [opmerking: zou hier de achternaam d'Oiselle van afgeleid kunnen zijn?] strekte zich ten westen uit naar Guise in hetzelfde district en stroomde in zuidwestelijke richting naar de Seine, evenwijdig aan de kust.
De Hugenoten waren in hun vaderlanden lange tijd vervolgd geweest. Na de val van La Rochelle en Montauban vluchtten vele gezinnen voor de terreur naar andere landen. De West-Indische eilanden waren een aantrekkelijke bestemming vanwege het klimaat en de vruchtbaarheid en werd het toevluchtsoord van menige Hugenoot die niet werd aangetrokken door de koude streken van Canada. Onder leiding van een in 1626 in Parijs opgerichte maatschappij werd de verhuizing naar deze eilanden uitgevoerd, onder M. D'Enantbus, die een jaar tevoren een bezoek had gebracht aan het eiland St. Christopher in een brigantijn vanuit Dieppe. Daar vestigde hij in 1627 de eerste kolonie. In 1635 werd Martinique bezet door een honderdtal oude en ervaren kolonisten van St. Christopher, waaronder Phillippe Casier en zijn vrouw Maria Taine. Maar D'Enambue stierf. In 1640 kwamen Jezuïtische missionarissen op Martinique aan, waar bijna duizend Fransen waren, "zonder mis, zonder priester." Nadat de gourverneur en het volk hen met tegenzin toegang bood, versterkten de Jezuïten de openbare onenigheden die op de eilanden uitbraken en die vijf jaar later vooral in Martinique zo in felheid waren toegenomen dat veel Hugenoten blij waren om terug naar Europa te gaan. Velen van hen gingen naar Nederland, enkelen, zoals de Casier familie van Calais, vonden uiteindelijk een veilige verblijfplaats in Harlem, New York.
Dit artikel is hier herdrukt met toestemming van de auteur en kan gevonden worden op
THE OLIVE TREE GENEALOGY Huguenots.
Olive Tree Enterprises
Copyright © 1996, 1997, 1998
Alle rechten voorbehouden
Meer links over Hugenoten
Canadese vervolging van Hugenoten
De auteur van deze pagina, David Conrad, zegt dat de pagina slechts een paar maanden online zal blijven. Zoals binnen genealogie wel vaker het geval is, is hij erachter gekomen dat zijn voorouders uiteindelijk toch geen Hugenoten waren. De heer Conrad biedt zijn pagina aan iedereen aan die hem wil hebben.De Nationale Hugenoten Maatschappij
Deze organisatie, gevestigd in Minneapolis, Minnesota, heeft een groot aantal hulpbronnen en ook links naar andere pagina's.