IIGS Logo IIGS Nieuwsbrief - September 1998
English ~ Dansk ~ Deutsch ~ Español ~ Suomi ~ Français ~ Nederlands ~ Norsk ~ polski ~ Português ~ Svenska

De ontwikkeling van het onderwijs in Australië
door Marion McCreadie

Genealogen en onderzoekers van familiegeschiedenis die op zoek zijn naar hun voorouders maken vaak de fout dat ze aannemen dat de scholen van tegenwoordig ook in de dagen van de vroege kolonisatie bestonden. Deze vergissing kan ze langs vele valse paden leiden tijdens hun speurtocht naar gegevens. Begrijpen hoe de schoolsystemen zich ontwikkelden is een grote hulp bij het opsporen van gegevens.

Als je tevergeefs naar de middelbare school gegevens van je voorouder hebt gezocht, dan is er een goede reden waarom het heel goed mogelijk is dat die gegevens er niet zijn: middelbare scholen bestaan in de geschiedenis van veel landen pas sinds korte tijd. Scholen ontwikkelden zich naarmate de behoefte van de maatschappij er om vroeg. Een onderzoek naar de ontwikkeling van schoolsystemen in Australië geeft ook inzicht in de ontwikkeling van scholen van andere koloniale maatschappijen.

In onze dagen van open leerplan en klaslokalen met computers, het aanmoedigen van interactie tussen leraar en leerling, de beschikbaarheid van een breed spectrum aan onderwerpen, gelijkheid van jongens en meisjes en beperkte discipline, is het soms moeilijk om je voor te stellen hoe de scholen er in de negentiende eeuw uitzagen. Tegenwoordig zijn er in de meeste steden kleuterscholen, lagere scholen, middelbare en technische scholen en in de grotere steden zijn er universiteiten.

Als je in de negentiende eeuw op het platteland woonde dan was je misschien in de gelukkige omstandigheid een kleine school bestaande uit één kamer te hebben, op het land dat een plaatselijke boer ter beschikking had gesteld. Als je in de stad woonde en je kon je het niet veroorloven om een van de scholen te bezoeken die door verschillende kerken waren gesticht, dan kreeg je meestal onderwijs van de vrouw van de plaatselijke dokter, advocaat of rechter. Er bestond geen standaard voor het onderwijs. Onderwijs stond alleen open voor de rijkere middenklasse en de bovenste lagen van de bevolking, die het zich konden veroorloven om voor opleiding te betalen.

Omstreeks 1830 ontwikkelde zich het idee dat misdaad het gevolg was van onwetendheid, onwetendheid het gevolg van gebrek aan onderwijs en dat daarom het onderwijs een middel was om de misdaad tegen te gaan. In Australië werd dit gezien als een middel om de strafkoloniën om te vormen tot een georganiseerde en ordelijke maatschappij. Deze maatschappij zou gebaseerd zijn op het bestaande Britse systeem, maar hopelijk met verbeteringen. Daarom was het noodzakelijk dat de regering scholen oprichtte zodat alle kinderen onderwijs konden genieten, en niet alleen in de basisvakken lezen, schrijven en rekenen, maar ook moesten ze leren om goede brave burgers te zijn met normbesef. Tegenstanders van dit idee meenden echter dat het kind van de smid helemaal niet meer hoefde te weten dan nodig was om een smid te worden en het kind van een boer hoefde alleen maar te leren wat nodig was om een succesvolle boer te worden, etc.

De regering kwam over de brug met geld voor onderwijs en dit werd gebruikt om onderwijzers te betalen, scholen op te richten en uit te rusten en om de nodige leerboeken te kopen. Een school van de regering was ofwel een school die was opgericht door de regering, ofwel een bestaande school die geld van de regering ontving om kinderen onderwijs te kunnen blijven geven. De meerderheid van de scholen die door kerken werden geleid, waren niet in dit systeem opgenomen en dit bleef zo tot ver in onze twintigste eeuw.

De regering stelde ook strikte richtlijnen vast over de leergang, het gedrag van leraren en studenten en over welke activiteiten er wel of niet binnen het schoolgebouw konden plaatsvinden. Het maakte hierbij niet uit of de school klein was, op het platteland gevestigd en maar uit één kamer bestond met minder dan 20 leerlingen, of dat het een school was in een grote stad met lokalen voor 100 studenten. De leergang en de regels waren voor alle scholen gelijk.

Zowel jongens als meisjes kregen les in de basisvakken. Bovendien kregen de meisjes 80 minuten per dag les in naaien, breien en verstellen, terwijl de jongens deze tijd gebruikten om geometrie en nog meer aardrijkskunde en rekenen te leren. De dag begon met de inspectie door de leraar van de leerlingen om te zien of ze hun gezicht en handen hadden gewassen, hun haar hadden gekamd en dat kun kleren netjes waren en, zo nodig, versteld. Elke dag werd er ook dertig minuten ingeruimd om te zingen. Maar bovenal probeerde men echter om de voordelen van ordelijkheid, netheid, stiptheid, fatsoenlijkheid en hoffelijkheid geleidelijk aan bij de kinderen aan te leren en om hen van alles te weerhouden dat hen in de ogen van andere mensen tot onaangename kinderen zou maken.

Het gebruik van discipline was een van de manieren om dit te bereiken. Regels bepaalden hoe de kinderen het lokaal binnen moesten komen, een buiging voor de leraar maken, op de schoolbank te zitten, niet opstaan om iets van het schoolbord te lezen, tijdens het schrijven te blijven zitten, hoe ze hun pen vast moesten houden, hoe ze hun schriften moesten neerleggen, welke hand gebruikt moest worden om te schrijven en welke om de woorden aan te wijzen die overgeschreven moesten worden. Het leerproces vond voornamelijk plaats door uit het hoofd te leren. De leerlingen leerden door herhaling om de tafels op te zeggen, lijsten met data en hoofdsteden van de wereld op te noemen en het van buiten leren van gedichten door het herhaalde nazeggen.

Het kinderspel werd ook als karaktervormend beschouwd omdat het met discipline en plichtsbesef de lessen in de waarden van geduld, zelfbeheersing en gehoorzaamheid onderwees. Maar over het algemeen renden, sprongen en schreeuwden de kinderen door elkaar heen en leerden ze niets. Het spelen van cricket en andere balspelen werd goedgekeurd, maar knikkeren vond men vervelend. Omdat er bijna geen leraren met de benodigde vaardigheden voor waren en omdat de scholen niet over de uitrusting beschikten, waren er bijna geen andere vormen van lichaamsoefening, zoals gymnastiek en turnen.

Wanneer een leerling 13 jaar oud was kon hij leerling-onderwijzer worden. Deze methode om leraren op te leiden bleek niet succesvol, omdat de leerling die op school bleef om van zijn leraar te leren geen contact had met andere leraren en hun methoden. In sommige gevallen in de steden werd aan 15 jaar oude meisjes de leiding gegeven, zij het tijdelijk, over een klas met 100 studenten die niet veel jonger waren dan zijzelf. Schoolinspecteurs en leraren begrepen niet waarom deze jonge meisjes geen orde konden houden in de klas. Leerling-onderwijzers namen ook veel van de slechte gewoonten van hun leraren over en werden duplicaten van hun leraren.

Leerlingen konden naar school gaan als ze ongeveer zes jaar oud waren totdat ze ouder waren dan 16. Maar er was geen schoolplicht en sommige ouders hadden de kinderen nodig om mee te helpen met het voorzien in het levensonderhoud. Daarom was er veel absentie en het was niet ongebruikelijk dat kinderen na minder dan twee jaar onderwijs de school verlieten. Op die manier leerden de kinderen alleen een heel klein beetje lezen, schrijven en rekenen. Men vond indertijd, dat deze "basisscholen" er voor de lagere klassen waren en dat het daarom niet nodig was dat er meer vakken aan het leerpakket werden toegevoegd of dat het leren aantrekkelijker moest worden gemaakt.

In de jaren 1870 werd de schoolplicht ingevoerd en het was moeilijk om deze op te leggen. In veel gevallen waren de mensen die waren aangesteld om de schoolplicht door te voeren maar eens per jaar in de gelegenheid om een bezoek aan een bepaalde streek te brengen. De enkele bestaande lerarenopleidingen werden niet goed bezocht omdat de extra studie niet beloond werd met extra salaris. Lerarenopleidingen waren er pas sinds de twintigste eeuw in Tasmanië, Queensland en West Australië. Hoger onderwijs was hoofdzakelijk alleen beschikbaar voor de rijkere klassen.

De depressie van de jaren 1890 en de behoefte aan geschoolde arbeiders zorgde er voor dat ondernemers ervoor pleitten dat het technisch onderwijs verbeterd zou worden. Omdat er kritiek dreigde van deftige Britse bezoekers en vooraanstaande politici werden er commissies opgericht die de ontwikkelingen in het onderwijs in andere landen onderzochten. Hun rapportages lieten er geen twijfel over bestaan, dat er belangrijke wijzigingen in het schoolsysteem nodig waren.

Schoolgeld voor middelbare scholen werd afgeschaft, de leervakken werden verbeterd en de cursusduur werd verlengd naar vier jaar. De cursussen werden opgezet uitgaande van de leerling: commerciële cursussen voor handelsonderwijs, technische cursussen voor het industrieel onderwijs, huishoudvakken op de huishoudschool en algemene vakken voor de hogere en beroepsopleidingen. Toekomstige onderwijzers moesten nu eerst middelbaar onderwijs volgen en daarna naar de kweekschool.

Er werden drie niveaus van diploma's geïntroduceerd. Kwalificerende diploma's werden toegekend als men met succes examen had afgelegd na zes jaar lagere school. Beurzen werden toegekend waarmee succesvolle studenten vier jaar middelbare school konden volgen. Het Tussentijds Diploma werd afgegeven na het met succes afmaken van vier jaar middelbaar onderwijs en het Einddiploma na het volbrengen van nog eens twee jaar voortgezette studie. Een student die naar de universiteit wilde gaan moest ook over een Einddiploma beschikken.

Er waren toen een aantal Grote Openbare Scholen actief. Leerlingen die van deze lagere scholen hun kwalificerend diploma ontvingen en geen middelbare school cursussen wilden volgen, konden op die Grote School een paar jaar cursussen volgen in vakken die nuttig waren voor hun toekomst. Het leerplan voor deze scholen werd veranderd, zodat de studenten, als ze dat wilden, hun Tussentijds Diploma konden halen. Na zekere tijd ontwikkelde deze soort scholen zich tot een andere middelbare school.

Behalve dat het basisonderwijs werd verlengd tot acht jaar en het totaal aantal jaren op de middelbare school werd verkort naar vier jaar, bleef dit systeem in essentie ongewijzigd tot in de jaren 1950. Nadien lijken de veranderingen in het leerplan en in de methoden van examinering om de paar jaar opnieuw te hebben plaatsgevonden. De invoering van rekenmachines en later computers in het klaslokaal hebben de scholen veranderd, zodat onze betovergrootouders hun ogen niet zouden geloven en hun hoofd zouden schudden als ze onze scholen van tegenwoordig eens konden zien.


Boeken:

The Australian Government School 1830-1914 - A.G. Austin
Australian Education 1788-1900 - A.G. Austin

Links:

http://www.asap.unimelb.edu.au/asa/directory/asa_bral.htm
Lijst van organisaties van de Australische Regering, bedrijven, verenigingen, bibliotheken en scholen die beschikken over archiefmateriaal.

http://www.powerup.com.au/~sandymac/hillgrov.htm#school
Een beschrijving van een school van rond de eeuwwisseling.


Logo Wedstrijd ~ Onderwijs Australië ~ Vrouwen Onderwijs ~ Lerarenopleiding
Universiteit Collecties ~ Team Verslag ~ Bukovina ~ Meldingen ~ Hulp gevraagd
Terug naar de inhoudsopgave van de nieuwsbrief van september 1998

Home Pagina ~ Wereld Dorp ~ IRC ~ Bibliotheek ~ Nieuwsbrief ~ Projekten Registratie ~ Universiteit ~ FAQ ~ Lijsteigenaars Team ~ Vertalers Team ~ Webmasters


© 1997-2003 IIGS™
IIGS is een handelsmerk van de International Internet Genealogical Society

Supervisie door het IIGS™ Webmaster Team
Creatie & Onderhoud door het IIGS™ Nieuwsbrief Team
Webmasters: Mary Croft & Penny Bonnar

Herzien: 5 september 1998