IIGS Nieuwsbrief -
Augustus 1998
Op de vroege ochtend van 3 december 1854 werden de mensen van Ballarat, Victoria, wakker van het geluid van marcherende soldaten en het gehinnik van paarden van de cavalerie; geluiden die zowel de inwoners van de stad als de mijnwerkers niet verwacht hadden zo spoedig al te zullen horen ....
De troepen bestonden uit 100 ruiters en 176 infanteristen (zowel politie als soldaten) en deze waren onderweg om de Eureka Palissade te bevrijden. Dit fort was gelegen aan de zuidzijde van Ballarat en het was gebouwd door rebellerende mijnwerkers. Ondanks hun aantal en het lawaai dat ze maakten, slaagden de troepen erin om tot op 250 meter van de vesting van de rebellen te naderen vooraleer ze onder vuur kwamen te liggen door een van de weinige waakzame wachtposten. Het leek erop, dat de delvers vergeten hadden om uitkijkposten bij de buitenwijken van de stad te plaatsen om zo een verrassingsaanval te voorkomen.
Toen het alarm klonk, realiseerden de militaire kapiteins zich, dat snelheid geboden was. Kapitein Thomas beval zijn manschappen om zich te groeperen voor de aanval. De cavalerie werd aan de flanken gepositioneerd met de infanterie in het centrum. Ook werd een groot detachement in de buurt van Stockyard Hill geplaatst, van waaruit zij de aanval zouden kunnen zien plaatsvinden en, indien nodig, komen assisteren.
Toen ze opmarcheerden, werden ze met nauwkeurig afweervuur van de mannen binnen de palissade begroet. Kapitein Wise was een van de eersten, die geraakt werd. Hij kreeg een kogel in zijn knie. Om het moreel van zijn manschappen hoog te houden, probeerde hij de verwonding met een grapje af te doen door te zeggen dat hij wel nooit meer zou gaan dansen. Toen hij probeerde overeind te komen, werd hij gedood door een andere kogel.Vijf leden van zijn troepen werden gedood en verschillenden raakten gewond. Ondanks deze tegenslagen zetten zij hun opmars voort.
Binnen de palissade heerste chaos. Er waren slechts 200 mannen aanwezig, omdat niemand verwacht had dat de aanval al zo snel zou plaats vinden. In minder dan twintig minuten was het gevecht voorbij. Het leger veroverde de volledige controle over de palissade, verwijderde de vlag van de rebellen, het Zuidelijke Kruis, en trapte het vaandel de grond in.
Het aantal slachtoffers van de veldslag was groot. Tweeëntwintig mijnwerkers en zes soldaten, waaronder de commandant, werden gedood. Er waren vele gewonden. Honderd twintig rebellen werden gearresteerd wegens hoogverraad. De slag bij de Eureka Palissade werd veroorzaakt door misverstanden aan beide zijden, net zoals dit bij zoveel andere conflicten het geval is. Het conflict draaide om de wettelijke rechten van de gouddelvers, de kwestie van mijn-licenties en de gewelddadige manier waarop de politie van de goudvelden deze licenties controleerde.
Toen de aanval op de Palissade voorbij was en de gearresteerden in de gevangenis waren gezet, stelde de regering een voorbeeld en bracht de rebellen wegens hoogverraad voor de rechter. Er bestond echter zoveel sympathie voor de delvers dat ze allemaal werden vrijgesproken. De regering besefte dat haar actie nutteloos was, ontsloeg hen van verdere rechtsvervolging en verleende hun amnestie. Dit stelde Peter Lalor, leider van de rebellen, en een aantal andere leiders van de mijnwerkers in staat om hun schuilplaats te verlaten en hun leven weer opnieuw te hervatten.
Het onderstaande geeft een vergelijking weer van de verklaringen van twee getuigen tijdens het onderzoek naar de opstand. Thomas Budden, een mijnwerker, en Joseph Charles Byrne, een handelaar op de goudvelden, gaven afwijkende visies op de motieven van de opstand. In principe waren ze het eens over de maatregelen die genomen zouden moeten worden om de gespannen situatie op de goudvelden te verbeteren.
De getuigenis van Thomas Budden tijdens het onderzoek was gebaseerd op zijn overtuiging dat plundering het doel was achter de opstand van de mijnwerkers. Verder geloofde hij dat de ontevredenheid van de mijnwerkers over het afdragen van licentiegelden slechts een smoesje was. Hij meende echter wel, dat een aantal deelnemers goede motieven had.
Daartegenover vond Joseph Byrne dat de opstand een rechtstreeks gevolg was van de praktijken van de politie, waarbij groepen bewapende agenten op de goudvelden op zoek waren naar mijnwerkers zonder licenties. Hij beweerde, dat de jacht op delvers de hoofdoorzaak van de ontevredenheid onder de delvers was. Deze klopjachten waren rechtstreeks het gevolg van het arrogante en tyrannieke gedrag van de Goud Commissie en deze veroorzaakten een groot gebrek aan vertrouwen in het beleid. Het onderzoek hield zich ook bezig met de nationaliteit van de personen die bij de beweging betrokken waren.
Volgens Budden was de beweging van de mijnwerkers weliswaar uit goede motieven geboren, maar ging deze te gronde door verkeerde leiding en door het opruiend gedrag en de kuiperijen van buitenlanders (mensen met een niet-Engelstalige achtergrond), die zich op slinkse wijze naar hoge posities binnen de beweging hadden gemanoeuvreerd. Volgens hem bestond de leiding voor meer dan de helft uit buitenlanders en meer dan 50 procent van de mannen in de palissade zouden afkomstig zijn uit de lagere klassen van Engeland. Budden meende, dat de mijnwerkers nooit naar de wapens gegrepen zouden hebben om hun klachten te uiten, als de buitenlanders hen niet daartoe hadden opgehitst. Volgens hem was de meerderheid van de delvers tegen het gebruik van geweld. Byrne getuigde echter dat de opstand niet vanuit de buitenlanders was onstaan, maar dat de Britten hoe dan ook naar de wapens zouden hebben gegrepen, of er nu wel of geen buitenlandse betrokkenheid bij was.
Volgens Byrne lag de aanleiding van de opstand in de gebeurtenissen van de donderdag die er aan voorafging. Op die dag voerde het voltallige politie apparaat een gewapende jacht uit op delvers op de goudvelden, waarbij zij op twee mijnwerkers schoten. Byrne beweerde dat de Goud Commissaris (Rede) de jacht aan had gegrepen om de zaken op de spits te drijven. Volgens Byrne handelde Rede uit verontwaardiging over een vermeende belediging van hemzelf en het politiekorps dat bij de goudvelden was gestationeerd. Deze actie, in combinatie met de langlopende ontevredenheid over het arrogante en tirannieke gedrag van de personen die door de Goud Commissie waren aangesteld, waren er volgens Byrne de oorzaak van dat de mijnwerkers naar de wapens hadden gegrepen en de palissade hadden opgericht. Byrne en Budden waren het eens over belangrijke punten van hervorming om een herhaling van een gewapende opstand te voorkomen.
Zowel Byrne als Budden zagen een goede mogelijkheid voor hervorming door de Mijnwerkers Licentie te vervangen door een jaarlijkse Mijnwerkers Belasting. Hierdoor zou een einde komen aan de jacht op mijnwerkers die zoveel oneigheid had veroorzaakt. De beide getuigen waren het er ook over eens, dat de jaarlijkse Mijnwerkersbelasting ook een franchise moest kennen. Ook bestond er consensus over het invoeren van accijns op de export van goud als een toepasselijke heffing ter vervanging van de inkomsten die de regering mis zou lopen door het afschaffen van de licentievergoedingen.
Alhoewel de twee mannen en ook andere getuigen tijdens het onderzoek van mening verschilden over de motieven en de samenstelling van de mijnwerkersbeweging, waren ze het er over eens dat de bestaande manier van het verlenen van licenties en de inning van vergoedingen verkeerd was geweest en dat deze zaken hadden bijgedragen aan het gewapende verzet van de mijnwerkers.
Dit artikel is een combinatie van de geschriften van S.J. O'Brien en een opstel voor de universiteit door Scott Brown.
Staatsbibliotheek van Victoria Onderwijs Centrum - Eureka Palissade Publicatie - http://www.slv.vic.gov.au/slv/educate/publications/eureka/
Het Centrum van de Eureka Palissade - http://www.ballarat-goldfields.com.au/Eureka.html
Eureka Palissade Tourisme & Accommodaties (goede pagina ondanks het doel ervan) - http://www.balltourism.com.au/eurstock.htm