Tussen 1607 en 1622 werden honderden kolonisten naar Jamestown gelokt met beloften van vrij land en goud. Het goud bleek later klatergoud te zijn, ijzerpyriet, en al kostte het land dan wel geen geld, de meeste kolonisten moesten het met hun leven bekopen. De eerste schepen brachten door hun tussenstops op de Bermuda-eilanden muskieten met tyfus met zich mee. Jammer genoeg vonden de muskieten de moerasachtige omgeving rondom Jamestown veel beter geschikt om te wonen dan de kolonisten. Ook ratten hadden het reisje gemaakt en zij bedierven veel van de voorraden. Het gebied werd bovendien bevolkt door honderden leden van de Powhatan stam en in de jaren voor het huwelijk tussen Pocahontas en John Rolfe verloren veel kolonisten hun leven tijdens pogingen om land en voedsel van deze oorspronkelijke bewoners af te pakken. De eerste winters werden gekenmerkt door extreem koude temperaturen, een brand die het merendeel van de kazematten vernietigde en wilde vechtpartijen onder elkaar. De winter van 1609/10 stond bekend onder de naam "De Hongertijd". Toen het lente werd bleken er slechts 60 uitgemergelde overlevenden te zijn van de 500 die er de vorige herfst nog geweest waren. In 1622 werd er een "bloedbad" aangericht door de Powhatans die 350 van de 1400 Engelsen in het gebied vermoordden. Jamestown zelf bleef gespaard door toedoen van een oorspronkelijke bewoner, het jongetje Chanco, die de mensen voor de aanval waarschuwde.
Door al deze doden is het moeilijk te geloven, dat er nog nakomelingen van deze vroege kolonisten zouden zijn. Weliswaar zijn er veel nakomelingen, maar er zijn zo weinig voorouders, dat er uitsluitend voor deze 'verwanten' verenigingen zijn opgericht. De Jamestowne Vereniging werd opgericht in 1936 "om de namen te ontdekken en vast te leggen van alle levende afstammelingen van deze vroege kolonisten, die de grote opoffering hebben gebracht om onze Engelssprekende natie op te richten; en om deze afstammelingen te verenigen, om de nagedachtenis aan onze voorouders als kolonisten te eren; om hun daden vast te leggen; en om eerbetoon te brengen aan de geboorteplaats van Virginia en de Natie." Met verschillende "vestigingen per staat" op diverse plaatsen in het land heeft de Jamestowne Vereniging zich tot mandaat gesteld om "een restauratie van historisch archiefmateriaal, documenten, voorwerpen en monumenten te bevorderen, die een blijvende culturele waarde voor de mensen van Virginia en de Natie bezitten."
Een andere groep, de Pocahontas Trails Genealogical Society, gaat over de nakomelingen van Pocahontas (Mataoka) en John Rolfe. Alhoewel het echtpaar slechts één kind had, Thomas Rolfe, en deze slechts één dochter, is er toch een indrukwekkende lijst van achternamen die van deze tak afstammen.
Een andere groep, de Order of Descendants of Ancient Planters, (Orde van Nakomelingen van Ancient Planters) werd opgericht in 1991. Om lid te worden van de orde, moet men afstammen van één van de "Ancient Planters". Een Ancient Planter is iemand die vóór 1616 naar Virginia is gekomen, zijn eigen overtocht betaalde, er tenminste drie jaar is gebleven en die het bloedbad van 1622 heeft overleefd.
Elk van deze drie groepen heeft een homepage ontwikkeld om mogelijke toekomstige leden te informeren over de karakteristieken waaraan zij moeten voldoen. Alle drie hebben ze een lijst met achternamen die goedgekeurd zijn voor deelname. Als u misschien voorouders heeft die vóór de Revolutie in Amerika arriveerden, dan is het de moeite waard om dit eens na te gaan ... misschien heeft u wel een historische figuur binnen uw familie.
De Pocahontas Trails Genealogical Society
http://www.wp.com/genealogy/page90.html
Orde van Nakomelingen van Ancient Planters
http://www.ancientplanters.org
In de afgelopen zomer werd het onderstaande bericht gepubliceerd op de
Virginia Geschiedenis Mail Lijst:
Herontdekking van vestigingsplaats Jamestown: http://www.apva.org/
... en, in antwoord op een enquête over wie er overleefde,
verstuurde Jon Kukla het volgende bericht:
"Edmund Morgan sprak in Am Slavery-Am Freedom over 347 doden, een citaat
van de gegevens van Kingsbury in de Virginia Company van Londen deel 3,
pagina's 541-579. Driehonderdzevenenveertig is zo ongeveer wel het
algemeen aanvaarde aantal. Door gebruik te maken van de boeken van
Kingsbury en van de meest recente uitgave van "Adventurers of
Purse and Person" (dat de volkstellingen van na de opstand publiceert en
becommentarieert) zou iemand die beschikt over de nodige tijd en interesse
waarschijnlijk wel een tamelijk nauwkeurige lijst op kunnen stellen van
de personen die gestorven zijn en waarschijnlijk ook waar dat gebeurde.
Met betrekking tot de overlevenden is "Adventurers of Purse and Person"
de bron van informatie. Let er op, dat u wel de derde druk
gebruikt (ik denk niet dat er een vierde druk is verschenen, maar daar kan
ik me in vergissen), want deze is enorm uitgebreid ten opzichte van de
eerste en de tweede druk.
"Tijdens het schrijven van "The Virginia Indian Uprising of 1622: A Historical Study of Ethnocentricism and Cultural Conflict" ("De Indianenopstand in Virginia van 1622: Een historische studie van ethnocentrisme en cultureel conflict)(proefschrift bij Wm & Mary ), was Fred Fausz bezorgd over het bestaan van dubbele namen in de moderne lijsten van manuscripten, doordat er fouten zijn gemaakt bij het overschrijven . . . en misschien heeft hij al een dergelijke, nauwkeurige beschrijving uitgevoerd en gepubliceerd. Ik kan me dat onderdeel van zijn dissertatie niet meer herinneren, en toen Fred en ik in 1997 samen een publicatie over dit onderwerp verzorgden in de WMQ, was het niet nodig om nauwkeurig te zijn, dus was het voor ons voldoende om te schrijven, dat het meest nauwkeurige aantal gestorven Europeanen "meer dan driehonderd levens" telde."
Jon Kukla, Directeur, De Historische New Orleans Collectie
E-mail jon@hnoc.org * Bezoek de Collectie op het 'Net op www.hnoc.org